Xplore360 thema reizen
 
 
 
 
 
Bestemmingen   Foto Albums   Persartikels   Reistips   Nieuwsbrief   Over ons
                     
 
 

onze nieuwsbrief
 
  e-mail info@Xplore360.com e-mail ons
 
Home
 
  :: Thema's ::
 
Paardrijden
Duiken
Self-Drives
Rondreizen
Motorreizen
Voettochten
Watersport
Sneeuw
Reis met kinderen
Gastronomie
 
  De Zeven Hoofdvragen
Interview met een klant
 
 
 
 
  :: Overzicht per land ::
 
Argentinië
België
Botswana
Brazilië
Canada
Chili
Costa Rica
Cuba
Djibouti
Egypte
Ethiopië
Filippijnen
Frankrijk
IJsland
Indië
Indonesië
Italië
Jordanië
Lapland
Madagascar
Malediven
Mali
Marokko
Mexico
Mozambique
Namibië
Oman
Peru
Portugal
Roemenië
Saudi-Arabië
Senegal
Spanje
Tanzania
Tunesië
Turkije
Uganda
Venezuela
Zuid-Afrika
 

Novotel brussels airport, the night before

Danakil Expeditions, walking expeditions in Ethiopia and Djibouti

 

:: Artikel LAPLAND, SNOW DISCOVERY van 21 feb. 2004 ::

De sneeuwscooter zwoegt door de verse sporen. Peter en ikzelf hangen geregeld met één been aan het zadel om het gewicht aan de dalzijde te ontlasten. Een sneeuwscootertrekking is duidelijk meer dan ons achterwerk neerploffen en de gashendel opentrekken. We zijn de boomgrens voorbij als plots de hemel en het sneeuwveld "dichtklappen". Een zeer vreemd gevoel als je de indruk krijgt eerder door een eindeloos witte leegte te zweven dan te rijden. Zonder de rode houten kruisen die het pad aangeven heeft men hier hoog in de bergen geen enkel houvast.

Aan de andere kant van de bergkam staat Lars, onze scootergids, met de armen wijd open. We duwen de contactknop in, springen van scooter en zakken prompt 60 cm diep in het verse sneeuwtapijt. In een perfecte stilte kijken we, ondanks de lichte sneeuw, tientallen km ver over het ongerepte landschap van Noord-Dalarna en Jämtland : verre bergen, eindeloze wouden en honderden bevroren meren. Geen huizen, geen pylonen, geen autostrades.

Terwijl Lars in zijn onderkoelde stijl over ontmoetingen met wolf, veelvraat en beren vertelt , slurpen we van onze gloeiende vruchtenthee. Dan maakt hij een einde aan de betovering van het moment door de gashendel wijd open te trekken. Zigzaggend glijden we snel de bergflank af en proberen we onze aangekoppelde sledes met tenten, rendiervellen en mondvoorraad in het juiste spoor te houden. Hij trekt met zijn krachtige scooter een nieuw spoor voor ons maar we hebben geregeld moeite om hem bij te houden, vooral omdat we ondertussen door een fijnsparrenbos rijden.

's Avonds in de sauna praten we nog lang na over deze gewezen zakenman die een grote carrière vaarwel zei om in het Hoge Noorden die dingen te doen die hij belangrijker vond dan succes en geld. Zelf brood bakken, Amerikaanse old-timers restaureren en u en mij meenemen door de laatste wildernis van Europa. We hebben intussen zowat het kookpunt bereikt en de mannen storten zich onvervaard in de meterdikke sneeuwlaag rond onze blokhut. Peter, de kok van dienst, heeft ook niet stilgezeten. De tafel is feestelijk gedekt voor ons "laatste avondmaal". Bij een goed glas wijn smult iedereen van de zelfgevangen vis en zelfs Erik, een echte "Zwedenfanaaat", is het er roerend mee eens : hier moeten we terugkomen!

's Morgens vroeg doet de Toyota zijn reputatie van betrouwbare wagen alle eer aan. Ondanks de strenge kou slaat hij onmiddellijk aan en we rijden over de besneeuwde wegen in een rustig tempo terug naar de luchthaven van Gardermoen.

Acht dagen geleden kwamen we hier onder een stralende zon aan. Terwijl Peter de lokale specialiteiten inkocht, bezochten we het openluchtmuseum van Elverum. De wiebelende hangbrug over de Glomma, de eeuwenoude huizen.... alles lijkt intussen lang geleden.

's Avonds namen we onze intrek bij Per die aan het (uiteraard) bevroren Galtmeer elke dag geniet van het steeds wisselende vergezicht op het Sölenmassief, de hoogste pieken in de streek. Nadat we de volgende dag de eerste keer de sneeuwschoenen uitprobeerden, nam hij ons in de late middag mee op visvangst. Het was een heel karwei om met de ijsboor doorheen de dikke ijslaag te komen. Onder een prachtige sterrenhemel zaten we dik ingeduffeld op ons rendiervel te wachten op.... ja, op wat eigenlijk.

Een ideale oefening om te ontstressen. Het ijsvissen vervangt wat mij betreft dan ook een tienbeurtensessie bij de psychiater en is daarbij veel goedkoper én gezonder én je houdt er nog iets aan over (een vis bijvoorbeeld). Al wou dit laatste niet echt lukken. Per vertrouwde me stilletjes toe dat de weersomstandigheden eigenlijk verre van ideaal waren maar op dat ogenblik hoorden we Inge enthousiast "Beet! Ik heb beet!" roepen. Jammer genoeg had alleen de vis beet, want het aas was van de haak maar de vis ook. Dit scenario herhaalde zich nog enkele malen tot Dirk de eer van de groep redde door een vlagzalm door de nauwe opening naar boven te halen. Terwijl hij zich nog afvroeg hoe het beest vakkundig te kop af te snijden, had de koude buitenlucht de zalm snel en pijnloos ingevroren.

Het volgende punt op ons programma was een tweedaagse sledehondentocht We waren nog niet goed en wel uitgestapt of de honden barstten los in een oorverdovend gehuil. Ze hadden er duidelijk zin in. De musher verzekerde ons dat ze 's nachts rustig zouden slapen. Wat een grote opluchting was. Het werd een heel karwei om alle sleden te bespannen - iedereen had zijn eigen span - en iedereen had dus ruimschoots de tijd om even zenuwachtig als de honden te worden. Met een klein hartje trokken we elk ons sneeuwanker los en de honden schoten vooruit. Iedereen had gelukkig een goed zonnebril of skibril mee want de zon schitterde de hele tijd fel aan de diepblauwe hemel en de sneeuwlaag leek bespikkeld met duizenden diamantjes. Tot laat in de middag renden de honden schijnbaar onvermoeibaar over bevroren meren en door wouden van nu eens fijnsparren, dan weer vreemd gevormde dennen. De tent opzetten bleek iets omslachtiger dan tijdens onze zomertrekkings.

Eerst groeven we met de sneeuwschoppen een zitkuil rond het vuur, daarna een grote cirkel waar de tent zou komen. Er werd als isolatie een tapijt van sparretakjes gelegd, daarop het grondzeil en daarbovenop de rendiervellen. Dan de slaapmatjes en de winterslaapzakken. Dirk toverde ook nog een aantal fleecedekens en schapenvachtjes uit de expeditiezakken zodat niemand ook maar iets van de koude te lijden had. De honden maakten intussen een hels kabaal en moesten dus dringend gevoederd worden. Pas toen de laatste zijn portie vlees kreeg, werd de roedel rustig. En zo zou het de rest van de nacht ook blijven. Het vuur laaide intussen hoog op in het centrum van de zitkuil die royaal werd voorzien van dikke rendierpelsen. De vroegere raad van moeder om de soep op te eten voor ze koud werd bleek hier zeer nuttig. Om te beletten dat het meegebrachte bier zou bevriezen, waren we dan ook verplicht om het snel achterover te kiepen. Wat voor rasechte Belgen uiteraard geen enkel probleem opleverde.

De volgende morgen kregen we twee extra's. Om te beginnen zagen we DRIE zonnen opgaan boven het meer. De gids verklaarde dit door een samenspel van luchtvochtigheid en reflecties. Iedereen knikte instemmend alsof we dit in Vlaanderen alle dagen meemaken. Als klap op de vuurpijl wandelde een heuse eland hooghartig ons kamp voorbij. De koning van het woud achtte de horde wild blaffende honden zelfs geen blik waardig en verdween rustig tussen enkele huizenhoge rotsblokken.Toen we aan het einde van de tocht ook nog in een kleine sneeuwstorm terechtkwamen, beseften we dat de ervaring compleet was. Hierna brachten we een dag door in Elga, een vissersgehucht aan het imposante Femundmeer. Wendy en WOuter hadden hier vorige zomer met de kano de golven op dit enorme water getrotseerd. Het was zeker voor hen een vreemd gevoel om nu midden op het meer te staan : een witte woestijn van 65 km. Rolf, de eigenaar van ons verblijf, is naast "bush pilot " ook nog kok op de lange omvaart geweest. Dit geeft niet alleen spannende verhalen maar ook een voortreffelijk avondmaal. Een beetje stevige kost kon zeker geen kwaad want een sneeuwschoentrekking in de omringende "högda's" vroeg extra energie. Stefan die dit al eerder had gedaan gaf goede raad ; de gespen werden bijgesteld, de hoogte van de wandelstokken aangepast. Al na een kwartier stappen weten we twee dingen : zonder sneeuwschoenen geraak je hier geen honderd meter ver én het vraagt minder inspanning om hiermee rond te stappen dan we toch een beetje gevreesd hadden. We besluiten dan ook door te gaan tot de top. Deze dappere daad wordt ruimschoots beloond met een overweldigend uitzicht : rond een enorme ijsvlakte slingert zich een groen lint en daarboven weer witte zonbeschenen bergen. En dan te bedenken dat er mensen zijn die niet van de winter houden.

tekst: Dirk


 

Xplore360 thema reizen    lic: A5901

Xplore360° bvba | Natiënlaan 178 | tel: +32 50 61 17 85 | 8300 Knokke | Belgium | info@xplore360.com

Teksten en foto's copyright Xplore360.
De teksten en foto's op deze website mag u niet gebruiken zonder voorafgaande toestemming van bart@Xplore360.com