|
Artikel uit de Hippo-Revue van Mark Wentein
Begin mei trokken we op het ritme van de paarden en op het geloei van de koeien zonder elektriciteit, leidingwater of GSM door de schitterende natuur van Montana en Wyoming en overschouwden we de Bighorn Canyon, Het dichtste dorp lag op 40 km van ons basiskamp. We dreven de koeien op, moesten de lasso hanteren, de kalveren brandmerken en 's avonds na het doven van het kampvuur kropen we onder de wol in een primitief tentenkamp. Dagen en nachten om nooit te vergeten, uren paardrijden in een ongerepte natuur. Back to the roots
Cattle drive: echt cowboy spelen
Hippo Trek zorgt voor een zorgeloze vakantie
Paul Coudenys is de drijvende motor achter dit reisbureau dat in zijn marktsegment een eigen plaats wist te vinden. Twee jaar geleden hadden we al eens van een snippervakantie in Andalousië kunnen genieten van de perfecte organisatie en de voortreffelijke uitgekiende programma's die Paul overal ter wereld weet te vinden. Nu hadden we ons ingeschreven voor een rit over de grote plas, om onze jongensdroom van cowboytje spelen eens echt waar te maken. Want alles wat we in onze jeugdjaren in Bonanza, Zorro, en High Chapperal gezien hadden, zouden we nu in de praktijk meemaken.Van A tot Z zorgt Hippo Trek voor het vastleggen van de reisroutes, de beste vluchten en reisverzekeringen en een uitgelezen sfeer. Dit komt al tot stand in de voorbereidende vergadering waar iedere deelnemer de groep leert kennen, waar de foto's van vorige reisverhalen op tafel komen en waar na de briefing iedereen al na de zoveelste Budweiser in the 'mood' is.
America here we come
De vlucht over de Atlantic Ocean verliep rimpelloos. Verder met een interne verbinding naar Denver Colorado, om te eindigen in Billings (Montana). "Doe nog maar de nodige aankopen (jeans, cowboyhoed, handschoenen, chaps
) voor de volgende week, proef nog maar eens van een goede frisse pint en geniet in ieder geval van je laatste 'warme' bad in het Best Western hotel" aldus reisleider Paul. Na een zorgeloze nacht is iedereen 's morgens al vroeg uit de veren. Twee imposante grote bestofte pick-ups draaien de parking op. Uit de auto's komen een aantal mensen, waarvan ik plots met een ruige stoppelbaard en onder een grote cowboyhoed zwart bestoft één man herken die in Kooigem nabij Kortrijk de Paint Ranch runt. Piet Mestdagh hier tegen het lijf lopen, op meer dan 18 uren vliegen van ons West-Vlaamse huis, was voor mij ook niet in het scenario voorzien. "Schitterend, great, tof, fantastisch
" dat waren de woorden die wij uit zijn mond konden plukken, toen hij uitstapte en wij instapten. De bagage werd achterop gestapeld. We hadden nog een trip van ruim drie uren voor de boeg naar ons kamp. Een stop bij een zadelmaker, en een halte in de local store om onze voorraden drank (bier, wijn, frisdrank, cola
) voor één week op te slaan, waren het laatste contact met de bewoonde wereld. De weg werd altijd maar smaller, tot hij over de spoorweg eindigde in een veldweg om finaal als stofferig pad door de sprankelende natuur door de heuvels te gaan slingeren.
Iedereen keek met spanning uit waar de locale contacts ons naartoe zouden loodsen. Hip Tillett was de achterkleinzoon van de man die in 1849 naar deze onherbergzame streek uit Texas naar Wyoming verhuisde. Van generatie op generatie deden ze aan ranching wat betekent dat ze koeien houden voor het vlees, niet voor de melkveeteelt. Zo'n goede 35.000 acres (ca. 17.000 ha) beboert deze familie al meer dan 150 jaar met meer dan 3.000 stuks vee. Nog altijd volgens hetzelfde principe, op dezelfde soms archaïsche manier van werken, van vader op zoon. We reden door het 'Crow Indian Reservation' en het 'Custer National Forest' waar we de eerste wilde mustangs graatmager ons pad zagen kruisen. In een laatste bocht omringd door een kleine ingesneden vallei waar amper wat water doorstroomt, staan twee oude blokhutten tussen wat oude eiken. De aarde is rood koperkleurig gekleurd. Enkele paarden staan in een kraal met de achterhand naar de wind toe in groepjes samen. "Dat wordt jullie 4 sterrenkamp voor de volgende week - Welcom in Death Man's Camp" aldus Hip Tillet die zijn handen als kolenschoppen naar iedereen uitsteekt. De eerste impressie van de omringende natuur is schitterend, de stilte slaat je om de oren, in de lucht cirkelen hoog enkele prooivogels. Op de heuveltoppen ligt nog sneeuw.
We maken vlug kennis met Sam, die als Britse amazone hier enkele jaren geleden ook op vakantie kwam en finaal aan één van de locale cowboy's is blijven plakken. Zij zou de komende week met Engels flegma instaan voor onze culinaire geneugtes, in zoverre je dat van de Britse keuken natuurlijk vooraf kan zeggen. Het tegendeel zou echter waar blijken. Nog wat handjes schudden met de locale cowboy's en andere gasten die mee zullen instaan voor het echte ranchwork dat ons de komende dagen te wachten staat.
Tentenkamp
Paul deelt gestreng de groepjes in die elk een oude cavalerietent in canvas toegewezen krijgen. In iedere tent staat een klein houtkacheltje dat 's nachts zijn diensten zou bewijzen. De veldlatrine staat wat verderop op een verhoog zodat de wind de natuurlijke aroma's over het woeste landschap kan vernevelen. Marc Janssen weet al vlug in één van de overgebleven tenten een primitieve douche met een solar heated shower bag te installeren. De slaapzakken worden uitgerold en de veldbedden of matrassen gespreid. De avond valt vlug en de schitterende sterrenhemel begeleidt ons na het smaakvolle avondmaal en het knetterende kampvuur, naar onze slaapstede. Het kacheltje snort roodgloeiend en we vallen in een eerste diepe slaap. 's Morgens wordt je door moeder natuur bij het ochtendgloren vanzelf gewekt, een huilende coyote maakt ons wakker. Sam slaat op een oude kookpan en schreeuwt iedereen wat verder naar de blokhut samen die als kantine dienst doet. De koffie en de thee geuren heerlijk en verdrijven de ijzige vorst die zich over ons kamp 's nachts vastgezet had. Hip informeert ons kort over het programma: "Opbreken voor de gehele dag, alles meenemen wat je nodig acht. Zorg vooral voor voldoende drank. Iedereen vult zijn veldfles. Barman Janssen vulde er zelfs twee ."
Cowboy werk
Met de pick-up jeeps worden we zo'n uur van het kamp weg naar een lager gelegen plaats gereden waar we ook kennis maken met de vrouw des huizes Loretta. Hier poogt de lente reeds te botten en staan wat planten amper in bloei. De zadels staan allen op een rij in het stofferige zand, de zon gloeit en het wordt een warme dag. Hip vangt met de lasso in de kraal één voor één elk paard dat hij nodig heeft uit de kudde. De paarden dragen geen stalbanden en drummen briesend weg wanneer iemand ook maar in hun hoog omheinde paddock binnenkomt. Van zodra de lasso om hun hals valt zijn het makke dieren, krijgen ze het bit in de mond en wordt zonder veel tierlantijntjes of intens poetswerk het cowboyzadel opgelegd. Het singelen gebeurt ook typisch en met een vakkundige strop worden de singels bevestigd. Ik kies voor Renegade een spierwitte schimmelruin die de jaren van verstand al meer dan bereikt heeft. Het zou een schitterend ervaren paardje blijken voor de komende week.
De eerste dag moest de ene groep wat zogende kalveren van de overwinteringplaats naar de eerste lenteweides opdrijven. Ik mocht mee om wat stieren verder de heuvels in te jagen. We draafden al gauw driekwart uur het bergpad op tot we plots in de vlakte de stoere 'bulls' ontdekten. Ook zij gooiden de kop briesend omhoog toen ze ons zagen. Voorzichtig dienden we hen samen te drijven. Hip maande ons van niet te dicht te komen en zeker niet oog in oog te staan met deze kolossale stieren. Pas na 1 juni worden met mondjesmaat de stieren bij de koeien gelaten omdat ze anders te vroeg de jonge kalveren zouden hebben. Hip ziet met één oogopslag alles en je merkt hoe deze getaande man al tientallen jaren met de natuur en het vee meeleeft.
Na de lunch te velde die door Sam met enkele sandwiches en wat vers fruit aangebracht wordt, stijgen we weer in het zadel en moeten ook nog wat jongere dieren gescheiden worden. Janssen zorgt als een volleerde barman voor de digestief. Je kon kiezen voor tequila of wodka die hij heimelijk in zijn twee veldflessen gesmokkeld had. Hip en zijn helpers duiden ons met een wenk de dieren aan die we van de kudde moeten scheiden omdat de klaveren te jong zijn om de volgende dagen door de canyon naar de hoger gelegen grasvelden gedreven te worden.
Ook het echte 'cutting' werk wordt ons aangeleerd, waarbij je te paard de oudere jaarling kalveren van de kudde en van hun moeder moet scheiden. Het vraagt intens werk en vakkennis en vooral een goede samenwerking tussen de verschillende paarden en cowboys. Na het werk rijden wij zonder de kudde naar Death Man terug. Een zalige ervaring in galop over de ruime vlaktes, over de heuveltoppen naar ons kamp. Je geniet met volle teugen van de ongerepte natuur, de schitterende landschappen, de flora en de fauna, de adelaars die grote cirkels trekken in de opstijgende warme lucht. De paarden worden afgezadeld en laven zich aan een riviertje dat door ons kamp trekt. Ze krijgen stevige pakken sterk geurend luzernehooi als avondeten. Zelf verlang je naar je warme deugddoende douche om het stof van je af te spoelen. De frisse showerbag drukt je echter op de realiteit van het leven dat je ook met fris water een douche kunt nemen
en comfort vlug kunt missen.
Het avondeten smaakt verrukkelijk. De verhalen rond het nachtelijke kampvuur worden uitgebreid met een gevarieerd zangrepertoire dat menigeen na een enkele drinks kwelig begint mee te zingen. De hit "'s Avonds als het kampvuur brandt" wordt tot in het oneindige herhaald en de eersten vallen in slaap rond het verwarmende vuur. Hip gooit ook onder de stalen stoelen waar je op zat, een schop met glooiende houtskool uit het kampvuur. De opstijgende warmte is hartverwarmend en slaapbevorderend.
Fire, Feuer, Brand...
In de tent van reisorganisator Paul was het plots groot alarm: Urbain V. had het kacheltje zo hard gestookt en de schouwpijp te dicht tegen de tent gezet dat plots het dak van de klamme tent in lichterlaaie stond. Urbain had net de tijd om uit zijn slaapzak te ontsnappen en zijn have en goed in extremis voor de vlammen te redden. Met gemeenschappelijke krachten werd met water uit de beek de uitslaande brand vakkundig geblust. Het bracht animo in de groep.
Working ranch activities
De volgende morgen begon het serieuzere werk. In de kraal de jaarling stieren met de lasso vangen om hen met vereende kracht op de grond te leggen zodat het brandmerken kon starten. Als stedeling sta je verstomd welke kracht die dieren kunnen ontwikkelen en ook dit werk vraagt een eigen techniek en opvolging. Zonder gevaar is het zeker niet en toen ik plots zelf gevangen zat tussen een spannende lasso en de omheining, kon ik ervaren dat zo'n koord snijdende schaafwonden kan veroorzaken. Handschoenen gebruiken is geen luxe! Het brandmerken gebeurt nog steeds zoals het generaties geleden georganiseerd werd. Dat brandmerken dient voor de identificatie van wie de eigenaar is van het betreffende dier. Gloeiend heet worden de ijzers in een kampvuur gestookt. Vakkundig markeert Hip zijn dieren door op de rechterheup de TX als kenteken van zijn ranch te branden. Het is lang en vermoeiend werk, de reuk van het verschroeide haar dringt dwars door je kleren heen. Tijd hebben ze zat. Wij Europeanen zouden ook het werk wat beter organiseren door de reeds gebrande dieren afzonderlijk in een kraal te steken. Neen, na ieder branden werden de stiertjes gelost en dienden we de niet gebrande weerom uit de groep te selecteren. Ook de omgang met de lasso is zeker geen sinecure. Nu kon iedereen te voet het lasso-werpen proberen, op het einde van de week deden we dat van op de paarden wat echt niet makkelijk is.
De real cattle drive
Zo verliepen de eerste dagen. Als toerist ben je een welkome hulp om het vee op te drijven. Tot we na drie dagen de kuddes zo bij elkaar gekregen hadden dat we voor de echte trek (cattle-drive) konden vertrekken. In het begin was de groep van honderden koeien met kalveren samen gegroepeerd. Na enkele uren namen de oudere koeien die deze trek reeds verschillende keren gedaan hadden het voortouw en rekte zich een lange sliert over de weg. Kilometers lang trok de karavaan traag stappend voorwaarts. Om de vijftig meter links en rechts een ruiter om de kudde op de juiste weg te houden. Ongelofelijk hoe we door een smalle steile canyon over de rotsblokken de dieren naar boven dienden te drijven naar het hoger gelegen plateau waar de sappige weides op de kudde lagen te wachten. Het werd glooiend heet die dag. Dertig graden in de canyon zonder een zuchtje wind, 's nachts vroor het nog in onze tent. Veel jonge dieren geraakten uitgeput en zochten onder struiken en bomen afkoeling en beschutting. Te paard moest je door de doornige struiken verder het vee opdrijven. Kalveren bleven achter, de bezorgde moeders draaiden terug om hun kroost te zoeken. Toch hadden we geen tijd om te wachten. Ook hier gold de wet van de sterkste. Zij die niet meer mee konden, bleven achter. Na 10 uur rijden hadden we toch zo'n 30 stuks vee verloren. Ook als ervaren ruiter ben je blij dat je dan even plat op de verharde weg je benen wat kunt strekken. De zon is meedogenloos en schroeit je vel en lippen kapot. De veldfles water was reeds rond de middag leeg. De droge lucht in de bergen is zeker voor mens en dier niet te onderschatten.
De natuur is echter adembenemend. Uren stap je en draaf je met je paard naast een kudde van honderden stuks vee. Je galoppeert de flanken van de heuvel naar boven en je krijgt een niet te vergeten beeld van de stofferige sliert die traag voorwaarts trekt, zoals het al sedert generaties ieder jaar opnieuw gebeurt. Wilde mustangs steken hun kop aan de horizon naar boven als we passeren. De leidende hengst drijft zijn troep merries en veulens naar hogere delen waar ze veiliger zijn. Je houdt het niet voor mogelijk hoe steil die wilde paarden over de rotsen kunnen trekken.
Hip besluit dan maar 's avonds de kudde een dag extra rust te geven. We kralen de kudde op en laten ook onze paarden die avond ter plaatse. Mens en dier zijn na de lange dagtaak vermoeid en verlangen naar rust. De pick-ups brengen ons terug naar het basiskamp. Eerst nog even wat bomen vellen, om voldoende brandhout voor het kamp te voorzien. Bij valavond serveert Sam ons een perfect smakende T-bone steak. Na een laatste ronde kaarten, kruipt iedereen vlug onder de wol. Het ritme van de natuur heeft ons in zijn macht. Hoe vlug wij ons haastige en moderne leven met alle comfort kunnen vergeten. Ik droom van een warme relaxerende douche
Natuur primeert
De kudde wordt natuurlijk gehouden en leeft van het gras dat ze vinden; van krachtvoer is geen sprake. De kalveren worden zonder enige tussenkomst van de mens natuurlijk geboren en zogen zo lang als mogelijk. Nadat het vee een jaar oud is, verkoopt de eigenaar zijn cattle voor de verdere opfok als slachtvee. Ook de bijna 50 paarden die Hip op zijn ranch houdt, worden allen natuurlijk in de kudde geboren en als 3-jarige zadelmak gemaakt. Ze beschikken over een echt allegaartje van types en rassen: Quarters, Pinto's, Pie's, Palomino's van alle rang en stand. Je merkt wel dat het paarden zijn die voor het werk uithouding en vermogen hebben. Ze zijn zeer handelbaar en makkelijk met één hand te rijden. Voor de mensen op de ranch is het paard een werkinstrument dat ze nodig hebben om hun dagtaak te vervullen. Ook de zadels zijn zeer comfortabel en mijn eerste ervaring met het Western rijden is zeer gebruiksvriendelijk.
Eén van de laatste dagen trekken we over het plateau met een ander deel van de kudde naar basiskamp 2 bij 'Hanks'. In de loop van het zomerseizoen trekt Hip met zijn kuddes steeds hoger de bergen in tot op zo'n 1.700 m hoogte aan de boomgrens. Plots tussen de uitgestrekte dennenbossen rijst de kolossale gestalte van een grizzly beer met haar twee jongen op zeventig meter voor ons op. Gelukkig hebben we de wind in de goede richting zodat we minutenlang deze imposante dieren van op de paardenrug gade kunnen slaan. Momenten om niet te vergeten!
In het kamp van Hanks maken we rust en zien de ravage die beren de vorige weken aangericht hebben in de blokhut. Blikken bonen en melk liggen opengescheurd op de grond en je ziet de klauwen van de beren op het metaal gegrift. Hip diept een aantal stoere verhalen op, we zijn allen aan zijn lippen gekluisterd als hij verteld wat hij allemaal meegemaakt heeft. Hoeveel breuken en verwondingen hij van paarden en stieren overgehouden heeft, alsook de beet van een rattlesnake die gelukkig niet door zijn lederen boots gegaan is. Dan pas besef je hoe broos je als mens bent in deze onmetelijke natuur. Véronique, één van de ruiters uit onze groep was bij een galop uit het zadel gelicht en brak haar arm. Hoewel hulp onmiddellijk georganiseerd werd, duurde het uren vooraleer ze in het ziekenhuis aankwam. Het drukte de stemming wat, maar toen ze de volgende dag weer in Death Man's camp verscheen, de arm goed ingebonden, was iedereen volop in de stemming.
De dagen vlogen voorbij, je leeft op het ritme van de natuur in primitieve omstandigheden. Het is wel een moment om even te herbronnen, de batterijen op te laden, je levensfilosofie opnieuw te gaan duiden. En dat alles is maar mogelijk door het paard, dat je urenlang door de schitterende natuur draagt, waar anders geen mens komt. Hip stopt plots aan een eeuwenoude trappershut, binnenin is het een ravage waar ratten de laatste etensvoorraden geplunderd hebben. Hun uitwerpselen zijn een stille getuige van het feest dat ze er gehouden hebben. We staan met onze voeten net over de Bighorn Canyon, honderd vijftig meter lager kronkelt de rivier in zijn eeuwenouden bedding verder. Het uitzicht is spectaculair. Iedereen wordt er stil van, het zijn momenten om niet te vergeten.
De realiteit
De dagen vliegen voorbij en toen we de laatste morgen de bagage en onze koffers dienden te pakken was je dankbaar voor het mooie avontuur dat je mocht meemaken. Toen we de tarmac opreden op weg naar highway 90, keek ik nog even terug op de ongerepte natuur die we achter ons lieten. Het warme bad in het hotel deed deugd, toen zag je pas hoe het stof het water donker kleurde. Onze locals trokken door Billings voor hun inkopen, deden hun was en tankten in de saloon even bij zoals de vorige generaties dat ook tijdens het weekend deden. Na de middag vertrokken ze weer met een nieuwe lading toeristen die één week cowboy gingen spelen. Jammer genoeg konden we er niet meer bij zijn. Een volgende keer misschien.
Toen we bij het inchecken voor de vlucht de haast en spoed van onze 21ste eeuw vaststelden, konden wij er ook niet onderuit om via de moderne communicatietechnieken, het thuisfront van onze geslaagde reis te informeren. Afspraken werden gemaakt om met dezelfde sympathieke groep ruiters op een andere locatie ergens in Afrika nu, te paard een nieuw avontuur tegemoet te gaan. U hoort nog van ons en van Hippo Trek.
Info : Paul Coudenys - Hippo Trek - Tel. 050/61 17 85 - Fax. 050/ 62 75 05 - web: http:///www.hippotrek.com
Tekst: Mark Wentein
|