:: Trektocht te voet door het sultanaat van Aussa in de Afar driehoek in Ethiopië :: |
In de voetsporen van Wilfred Thesiger, de laatste Grote Britse Ontdekkingsreiziger.
Het Sultanaat van Aussa, een verloren stukje Ethiopië, is het leefgebied van de Afar nomaden. Deze nomaden vind je ook in het naburige Djibouti en Eritrea. Het gebied ligt in één van de heetste gebieden op aarde, namelijk de Danakil Depressie, ook wel Afar Driehoek genoemd. Dit is een onherbergzame regio, vol woeste vulkanische landschappen en zoetwatermeren. In de meren leven krokodillen en nijlpaarden evenals ontelbare vogelsoorten.
Dit unieke en afgelegen gebied gaan we te voet doorkruisen. Hier zijn slechts weinig westerlingen ons voor geweest. De eerste blanke die het gebied levend heeft verlaten en ons over het gebied kon vertellen was Wilfred Thesiger. Deze laatste Grote Britse Ontdekkingsreiziger publiceert zijn dagboek uit die tijd, “The Danakil Diary”, pas op latere leeftijd en schrijft dat zijn zoektocht naar de monding van de Awash rivier in het sultanaat van Aussa de gevaarlijkste onderneming was die hij ooit heeft gemaakt. De Danakil, ook bekend als Afars, hadden de gewoonte om indringers in hun gebied te doden en te castreren. Een jongeman kon pas huwen als hij een tegenstander had gedood en zijn testikels had afgesneden als trofee. Thesiger bevond zich soms in hachelijke situaties waarin hij zijn kalmte en zijn testikels wist te behouden en de Afars voor zich te winnen. We spreken over het jaar 1934!
We stappen 6 dagen door dit aantrekkelijke landschap. Soms is het terrein wat moeilijker, dan weer wat makkelijker, maar er worden geen bovenmenselijke inspanningen gedaan. Er wordt voldoende tijd uitgetrokken om het landschap, het wild en de vogels gade te slaan. Een verrekijker meenemen is een must. De tocht is in lusvorm. We vertrekken te voet uit Assayita, de hoofdstad der Afars en 6 dagen stappen later komen we er ook weer aan. Dit betekent dat we de tocht constant kunnen aanpassen aan verschillende omstandigheden. We kunnen de lus groter of kleiner maken volgens de conditie van de deelnemers en volgens de hoeveelheid water die in de meren en de moerassen staat. Het leuke van deze tocht is dat je geen voorgekauwd programma voorgeschoteld krijgt. Dagelijks evalueren we de conditie van de groep in functie van de nog af te leggen afstand de komende dagen.
Omdat er water is in de vorm van meren en ook de Awash rivier zijn hier ook meer nomaden dan in het naburige Djibouti. De nomaden leven in gezinsverband, één of twee hutjes en hoeden geiten. In de vlakte rond Assayita is het groener en worden ook koeien gehouden. Het is bijzonder interessant om het leven van de Afar nomaden te zien en je staat versteld hoe ze in dergelijke omstandigheden reeds eeuwen in dit gebied overleven. Alhoewel de Afars nomaden zijn vind je in de groene vlakte ten zuiden van Assayita kleine dorpen, eerder clusters van gezinnen die op eenzelfde plaats wonen. Meestal gaan we ook aan de rand van zo'n dorp overnachten. We kopen een geit en nodigen het dorpshoofd en zijn familie op het avondmaal uit.
's Ochtends zie je de meisjes en de vrouwen water halen in het meer. Het water vullen ze in geitenvellen zakken. De vellen worden gelooid met de bast van bepaalde bomen. Het geitenvel wordt dichtgenaaid aan buik en poten en de zak wordt via de nek met water gevuld en dichtgebonden. Die geitenvellen-waterzakken worden dan op ezeltjes geladen en naar de hutten vervoerd. De jongens hoeden de geiten en de jonge mannen trekken er enkele dagen op uit met hun kuddes koeien.
Elke dag weer vatten we bij het krieken van de dag de tocht aan en tegen de middag zoeken we beschutting in de schaduw van een Acaciaboom. We eten de lunch, houden een siesta en zo rond 14:30 à 15:00 vatten we de tocht weer aan tot valavond. We rollen onze matten uit op de grond, drinken een aperitiefje (zelf mee te brengen), nuttigen ons avondmaal en vallen in slaap onder een miljoenen sterrenhemel. Zo vergaat het ons zes dagen lang.
De kamelen dragen alle materiaal, je bagage, het voedsel en het kampeermateriaal. Je hoeft zelf geen rugzak te dragen (je kan wel een klein rugzakje met bvb fototoestel, zonnecrème etc dragen) Sanitair is er niet gedurende de tocht, dus het wordt verdwijnen achter een struik of rotsblok :) Onze Afar kok maakt maaltijden op basis van rijst, pasta, linzen, salades, geitenvlees, etc... eenvoudig, maar voedzaam en uitgebalanceerd. 's Middags en 's avonds drinken we liters lekkere zoete thee.
Het is uitermate belangrijk om tijdens de tocht veel water te drinken, we adviseren een zestal liter per dag. Het is warm en je verliest veel vocht dat moet gecompenseerd worden. De eerste 2 dagen nemen we drinkbaar water uit de jerrycans die in Assayita gevuld werden. De overige dagen drinken we water uit het meer en gebruiken Micropur of andere ontsmettingsmiddelen om het water veilig te kunnen drinken.
In deze regio is geen noemenswaardige toeristische activiteit. Het weinige toerisme dat hier ooit zal ontstaan willen we van in den beginne goed aanpakken. We zorgen hier voor een rechtvaardig toerisme in die zin dat we respectvol omgaan met de lokale tradities en gewoonten van deze nomaden. Wij zijn hun gasten, huren hun kamelen, doen beroep op hun ervaring en kennnis van de streek en leven gedurende deze tocht op dezelfde manier als zij.
De vlucht gaat van Parijs naar Djibouti, vanwaar we een taxi-brousse (open jeep met zitbanken) nemen naar Assayita in Ethiopië, zo'n 5 uur rijden. Na de staptocht logeren we de laatste nacht in een zeer eenvoudig hotelletje in Assayita vanwaar we de volgende ochtend weer richting Djibouti rijden om de avondvlucht naar Parijs te nemen.
Na deze tocht zal je nooit meer dezelfde zijn en nog jaren lang heel regelmatig aan deze reis in de Hoorn van Afrika terugdenken.


|