GEOGRAFIE
Van de 7.107 eilanden hebben er 3.144 een naam en zijn er ongeveer 1.000 bewoond. De twee grootste eilanden Luzon (104.688 km²) en Mindanao (94.630 km²) beslaan samen ongeveer tweederde van de totale oppervlakte. De grootste eilanden hierna zijn: Samar (13.080 km²), Negros (12.710 km²), Palawan (11.785 km²), Panay (11.515 km²), Mindoro (9.735 km²), Leyte (7.214 km²), Cebu (4.422 km²), Bohol (3.269 km²).
De Filipijnen hebben geen enkele landgrens met buurlanden. De dichtstbijzijnde buurlanden zijn: Vietnam in het westen, Taiwan in het noorden, Maleisië en Indonesië in het zuiden en China in het noordwesten. De kustlijn wordt geschat op ongeveer 34.500 km kustlijn. Veel van de eilanden zijn bergachtig met een smalle strook laagvlakte aan de kust. Het hoogste punt is de vulkaan Mount Apo (2.954m). De langste rivier van het land is de Río Grande de Cagayan met ongeveer 350 kilometer.
KLIMAAT
Het klimaat is als gevolg van de ligging net ten noorden van de evenaar tropisch met een gemiddelde temperatuur van 27 graden Celsius.
De Filipijnen kennen een nat en een droog seizoen. Het droge en hete seizoen is in april en mei. Dit seizoen gaat over in het natte seizoen in de maanden juni, juli en augustus.
De Filipijnen hebben een orkaanseizoen. Deze loopt van begin augustus tot begin november. Op de Filipijnen wordt het woord "typhoon" gebruikt om een orkaan aan te duiden. Sommige provincies worden gemiddeld 20 keer getroffen door een grotere of kleinere typhoon. |